|
MedicaSelect Nieuws
De effectiviteit van osteopathische manipulatie als complementaire behandeling bij primaire prehypertensie (140–159/ 90–94 mmHg) , Drs. Th.M. Pfaff, D.O.-MRO Volgens de beschrijving van de Werkgroep CBO-consensus richtlijn Hoge bloeddruk (2002) neemt bij toenemende hoogte van de bloeddruk de kans op vaat- en orgaanaandoeningen geleidelijk lineair tot loglineair toe. Onderzoek onder ouderen heeft laten zien dat een geïsoleerde systolische bloeddrukverhoging en een verhoging van de polsdruk een sterke risicofactor voor sterfte is. Omgekeerd geldt dat bloeddrukvermindering gepaard gaat met een snelle vermindering van de kans op cardiovasculaire aandoeningen en sterfte. Doel van de studie:systematisch informatie te verzamelen en aanbevelingen op te doen voor een uitgebreidere RCT naar een programma van therapeutische maatregelen volgens Cooper (2002), Osteopathische Cardioprotectie. De studie betreffende de effectiviteit van geprotocolleerde, flexie-distractiemanipulatie volgens Kimberly (2000) als complementaire behandeling bij mensen met primair hoge bloeddruk. De nulhypothese luidde daarbij: ‘Osteopathische Cardioprotectie’ of behandelonderdelen hieruit leiden niet tot een significante vermindering van minstens 10 mmHg systolische bloeddruk en 5 mmHg diastolische bloeddruk in de experimentele groep in vergelijking met de controlegroep. De flexie-distractiemanipulatie richtte zich via verbetering van de mobiliteit van thoracolumale overgang op optimalisering van de orthosympatische activiteit richting de nieren. Via beïnvloeding van de orthosympatische activiteit en de regelmechanismen van de nier werd hypothetisch invloed uitgeoefend op de waarde van de systolische en diastolische bloeddruk. De studie betrof 28 patiënten in de leeftijd van 18-50 jaar met bloeddrukwaarden variërend van 120 tot 160 mmHg systolische bloeddruk en 80 tot 90 mmHg diastolische bloeddruk werden random ingedeeld in twee groepen: de experimentele onderzoeksgroep en de controle onderzoeksgroep. In het kader van de pilotstudy naar primaire hoge bloeddruk worden deze factoren gerekend tot de uitsluitcriteria: - Cardiovasculaire ziekten (arteriosclerose TIA/ CVA, myocardiaal infarct) - Chronische nierziekten - Diabetes mellitus - Arteriosclerose (van O.a. de grote vaten die de barosensoren bevatten) - Schildklierdysfuncties (hyperthyroidism) - Postmenopausale stoornissen bij vrouwen De experimentele onderzoeksgroep (n= 16) onderging een behandeling bestaande uit een geprotocolleerde osteopathische flexie-distractiemanipulatie van de regio Th11-L1. De controle onderzoeksgroep (n= 12) onderging een behandeling bestaande uit geprotocolleerde onbelaste oefeningen ter verbetering van de algehele mobiliteit. De metingen naar het effect van de distractietechniek op waarden van de bloeddruk , werden a-priori verricht a) voor aanvang van de behandeling, b) direct na de behandeling, c) 1 week na de behandeling en d) gedurende 14 dagen daarna. Voor de bloeddrukmetingen werd gebruik gemaakt van een gestandaardiseerd meetprotocol met een volautomatische bloeddrukmeter (Microlife BP 3BTO-A). Persoonsgebonden kenmerken als leeftijd , geslacht , etniciteit en de mate van overgewicht (Body Mass Index) vielen binnen het onderzoeksontwerp van deze studie, evenals de interactieve variabelen zoals roken, alcoholgebruik, cafeïnegebruik, de mate van fysieke activiteit, gewichtsverlies, voeding en aangepaste diëten of gebruik van voedingssupplementen. De statische analyse binnen de experimentele groep toont via de t-test een significante (P < 0.05) vermindering van de bloeddrukwaarden aan. Deze groep die de manipulatie onderging gaf in 56% van de gevallen een daling van 10 mmHg systolische bloeddruk en in 68% van de gevallen een daling van 5 mmHg diastolische bloeddruk. Covariantieanalyse toont geen significant verschil aan tussen de onderzoeksgroepen onderling. Gezien de positieve tendens van de p-waarden is echter ook hier een significant effect te verwachten bij een vervolgstudie met een grotere steekproefomvang (N= 60), evenals bij een vervolgonderzoek bij proefpersonen met hogere uitgangswaarden aan hoge bloeddruk dan thans is onderzocht. Conclusie: De toepassing van osteopathische manipulaties bij hoge bloeddruk staat niet op zichzelf en dient deel uit te maken van een spectrum van preventieve maatregelen, waar uiteindelijk een interventie van een arts nodig is als de bloeddruk essentiële marges te boven gaat. Volgens de CBO-consensus richtlijn Hoge bloeddruk blijkt dat bij 50% van de mensen met hypertensie de bloeddruk ondanks medicijnen niet goed te reguleren is. Met een actief beleid ten aanzien van mensen met hoge bloeddruk kunnen osteopaten middels hun manuele manipulaties een ondersteuning bieden met het bereiken van een betere bloeddrukregulatie. Ook met betrekking tot de detectie van hoge bloeddruk is er voor osteopaten binnen het geheel van ketenzorg in de ‘eerstelijn’, een mogelijk belangrijke taak weggelegd. Om deel te nemen aan de keten van zorg rondom mensen met gezondheidsklachten door hoge bloeddruk, is vervolgonderzoek essentieel. Overeenkomstig het recent verschenen The Seventh report of the American Joint National Committee on Prevention, Detection and Treatment of High Blood Pressure vormt hoge bloeddruk bij mensen met een bloeddrukverhoging van 140–159/ 90–94 mmHg, voor zowel behandelaars als onderzoekers een grote uitdaging. Voor meer informatie over dit onderzoek dat gepubliceerd is in het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging Osteopathie: 'De Osteopaat'. Bij navraag bij de auteur is het complete literatuuroverzicht op te vragen.
Osteopathie effectief als behandeling voor migrainepatiënten, I.I. van Tintelen D.O.-MRO Van 1998 tot 2000 vond er een onderzoek plaats naar de effectiviteit van osteopathie bij migraine. Osteopathie is, naast chiropractie en manuele therapie, een vorm van manuele geneeskunde. De manuele geneeskunde wordt, ondanks haar 'reguliere uitstraling' en gedegen opleiding, helaas nog steeds bij de alternatieve geneeswijzen ondergebracht. Wetenschappelijk bewijs van de toegevoegde waarde van osteopathie voor de gezondheidszorg kan in deze situatie verandering brengen. Het onderzoek naar de effectiviteit van osteopathie bij migrainepatiënten werd uitgevoerd door osteopaat Manuel van Tintelen. Het onderzoek vond plaats volgens de 'black box' benadering, een onderzoeksmodel naar de adviezen van de Commissie Alternatieve Behandelwijzen van de Nederlandse Gezondheidsraad. Via huisartsen, osteopaten en publieke media werden migrainepatiënten op de hoogte gebracht van het onderzoek. We vergeleken twee groepen met elkaar: de controlegroep van 19 migrainepatiënten en de osteopathiegroep van 41 migrainepatiënten. De controlegroep diende als vertegenwoordiging van het natuurlijke beloop. Meting vond plaatst middels vragenlijsten: één ingevuld voor aanvang van de behandeling en één na een jaar. Er zijn 29 parameters gebruikt in dit onderzoek: 6 voor migraine, 11 voor andere lichamelijke klachten, 10 voor de algemene toestand, 1 voor het algemeen lichamelijke welbevinden en 1 voor het algemeen geestelijk welbevinden.In de osteopathiegroep zijn er 24 parameters significant verbeterd en geen enkele verslechterd. Terwijl er in de controlegroep geen enkele significante verbetering was. In de osteopathiegroep constateren we significante verbeteringen van de migraineklachten, de hoofdpijn, duizeligheid, maagklachten, buikklachten, obstipatie, nekklachten, klachten van armen en benen en tussen de schouderbladen. Maar ook zien we een significante verbetering van de zenuwachtigheid, het onder spanning staan, de neerslachtigheid, de angstgevoelens, de ongelukkigheid, het piekeren en de geïrriteerdheid. Tenslotte zien we dat het algemeen geestelijk en algemeen lichamelijk welbevinden significant verbeterden. Twee verbeteringen zijn niet significant, te weten de onderrugklachten en de vermoeidheid. Het gebrek aan energie en de zorgen om gezondheid en toekomst veranderden niet. Bij 28 van de 41 patiënten uit de osteopathiegroep was er sprake van verbetering van de migraineklachten. Zes van de 41 zagen hun klachten geheel verdwijnen. Voor de groep mensen die positief op de behandeling reageerde nam de hoeveelheid aanvallen met gemiddeld 54% af. De groep patiënten die niet positief op de behandeling reageerde nam vaak al langer en frequenter specifieke migrainemedicatie in, patiënten die geen of weinig van deze medicijnen gebruikten reageerden veelal zeer goed. De patiënten werden gemiddeld 5 maal in een periode van 4 1/2 maand door osteopaten behandeld. Conclusie: osteopathische behandeling heeft een bijzonder gunstig effect op klachten van migrainepatiënten. Niet alleen wat de migraineklachten betreft maar ook voor de overige lichamelijke klachten, het psychisch functioneren en het algemeen lichamelijk en geestelijk welbevinden. Voor meer informatie over dit onderzoek dat gepubliceerd is in het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging Osteopathie: 'De Osteopaat'.
A Comparison of Osteopathic Spinal Manipulation with Standard Care for Patients with Low Back Pain, G.B. Andersson, M.D., Ph.D., T. Lucente, M.P.H., A.M. Davis, M.D., M.P.H., R.E. Kappler, D.O., J.A. Lipton, D.O., and S. Leurgans, Ph.D. Background: The effect of osteopathic manual therapy (i.e., spinal manipulation) in patients with chronic and subchronic back pain is largely unknown, and its use in such patients is controversial. Nevertheless, manual therapy is a frequently used method of treatment in this group of patients. Methods: We performed a randomized, controlled trial that involved patients who had had back pain for at least three weeks but less than six months. We screened 1193 patients; 178 were found to be eligible and were randomly assigned to treatment groups; 23 of these patients subsequently dropped out of the study. The patients were treated either with one or more standard medical therapies (72 patients) or with osteopathic manual therapy (83 patients). We used a variety of outcome measures, including scores on the Roland–Morris and Oswestry questionnaires, a visual-analogue pain scale, and measurements of range of motion and straight-leg raising, to assess the results of treatment over a 12-week period. Results: Patients in both groups improved during the 12 weeks. There was no statistically significant difference between the two groups in any of the primary outcome measures. The osteopathic-treatment group required significantly less medication (analgesics, antiinflammatory agents, and muscle relaxants) (P< 0.001) and used less physical therapy (0.2 percent vs. 2.6 percent, P<0.05). More than 90 percent of the patients in both groups were satisfied with their care. Conclusions: Osteopathic manual care and standard medical care have similar clinical results in patients with subacute low back pain. However, the use of physical therapy and medication is greater with standard care. N. Engl. J. Med. 1999; 341:1426-1431, Nov 4, 1999.
Study into the value of osteopathy in the treatment of the irritable bowel syndrome. Hundscheid H.W.C., Pepels M.J.A.E., Engels L.G.J.B., Loffeld R.J.L.F. Background: The irritable bowel syndrome (IBS) can be described as a chronic, functional gastrointestinal disorder, characterised by abdominal pain or discomfort related to changes in bowel habit. In many cases also the individual’s quality of life is strongly influenced. The syndrome, with unknown pathophysiology, has a high prevalence. Epidemiologic studies show that up to 20% of the population has IBS-like symptoms. These patients form an important reason for referral to internists and gastroenterologists. The disease is an important medical and social problem. Adequate treatment with longstanding results still is missing. Many interventions appear to be only marginally better than placebo. Finding an effective treatment is of high relevance. Objective: From this background we designed a protocol in order to determine, in a scientifically and methodologically sound way, the effectiveness of osteopathic treatment of IBS. Aim of our study is testing the usefulness of this protocol for the use of future research but also performing a clinical scientific effect study. Study design: The study is a randomized controlled pilot trial including forty patients from a hospital environment who all gave informed consent. All patients were diagnosed according to Manning and/or Rome II criteria and were recruited from the gastroenterological outpatient clinics of the Maaslandziekenhuis Sittard in the Netherlands. Patients are not divided in IBS subgroups. On the basis of randomization a control group of twenty persons receiving standard treatment by the gastroenterologist, is compared with an experimental group of twenty with osteopathic intervention. The osteopathic therapy, originating with a maximum of five treatments, is accomplished by the black box method, meaning an individualised therapy, based upon clinical judgement of the treating osteopath and without standard treatment protocol. Regular therapy is based upon a contemporary standard of advice, explanation and reassurance and if appropriate drug treatment. Inclusion and exclusion criteria are clearly described. Total trial duration for each patient is six months. Interval control visits take place in the outpatient department. The research project was approved by the Research Ethics Committee Orbis medisch en zorgconcern on 17. October 2002. Materials: A specially designed Case Record Form helps in accomplishing and documenting the research. All relevant patient and study data are recorded. Also a patient information form, an informed consent form and an IBS questionnaire are used. As primary outcome measures four diaries are being used for scoring specific symptoms on a 5-point Likert scale as well as a validated, IBS-specific, Quality of Life questionnaire, the IBS-QOL. The PDSAI and a global assessment of improvement are considered secondary outcome measures. In all cases the treatment effect is judged by the patient himself. Conclusions: The study design is evaluated for correctness, completeness and usefulness. No imperfections have been shown. This means the protocol can be applied in effect studies in a hospital environment, for comparing regular and osteopathic treatment of IBS. Our pilot study is still ongoing. Scoring of the results and statistical analysis will be published at a later stage. A generalized statement of the value of osteopathy in the treatment of IBS can not be based solely upon the results of our study. That’s why we recommend our protocol being carried out in a large-scale project
|